Monday, July 18, 2011

De CES en Pont van Gouderak

Lange dagen op het werk, regen in het weekend, en dat allemaal in de komkommertijd. Wat komt er dan nog terecht van vogels kijken of buiten zijn in het algemeen? “Nog wat gedaan in het weekend” is de standaardvraag die je stelt aan collega-vogelaars. “Nee, het was helemaal geen weer joh” lijkt de laatste tijd steevast het antwoord. Is dat realiteit, passiviteit of pessimisme, of misschien een beetje van allemaal?

Na een week lang binnen zitten begint de zuurstofspiegel in mijn bloed dusdanig laag te worden, mijn ogen dusdanig gevoelig voor fel (buiten)licht en mijn longen dusdanig vol stof te raken, dat ik – weer of geen weer – simpelweg naar buiten moet. Gelukkig had ik net als de afgelopen weken een goed excuus om dat te doen, want ik mocht weer vogeltjes gaan ringen in de Stolwijkse Boezem. Tot mijn stijgende verbazing blijft Jonne op vrijdagavond na enig gewik en geweeg toezeggen dat ze mee gaat, ondanks dat ze daarvoor om 4 uur in de ochtend moet opstaan. Zodoende liepen we erg vroeg op zaterdagochtend weer met vier man/vrouw door het zompige veenmoeras te stampen, zwetend in regenbroeken om vooral niet nat te worden van de natte vegetatie. De netten stonden binnen no time op hun plek en bij de eerste ronde konden we vooral Winterkoningen ‘plukken’ (uit het net, voor alle duidelijkheid). We waren echter nog niet toe aan de tweede ronde toen het begon te miezeren en we vreesden een herhaling van vorige week, toen we de netten moesten sluiten voor stevige regen. Gelukkig was dit niet de neerslag waar wij of de vogels erg nat van werden, en erger werd het gedurende de ochtend ook niet. Buiten de nattigheid is zulk grauwe weer overigens prima vangweer. De mistnetten zijn bij bewolkt weer met weinig wind het moeilijkst zichtbaar en dat merk je ook aan de vangstaantallen. Hoewel we conform de CES-regels de vangstresultaten niet mogen beïnvloeden (vaste opstelling van netten zonder geluid of andere lokmethoden) hadden we vandaag als doel om het seizoensrecord van vorige week, namelijk 64 vogels, te verbeteren. Cor deed er nog een schepje bovenop door te melden dat ons all-time record op 69 vogels stond, een score die we op een goede dag toch moesten kunnen verbreken. Zaterdagochtend bleek zo’n goede dag. We vingen veel jonge vogels, vooral Tjiftjaffen en Fitissen, en ook weer een aantal Putters. Het aantal gevangen vogels werd na elke ronde langs de netten opgeteld door onze administratie (Jonne) en bij het laatste rondje wisten we dat het niet meer stuk kon. We eindigden op 83 vogels, een stevige verbetering van het oude record en eentje die moeilijk te verbreken zal zijn. De kwaliteit was overigens iets minder spectaculair dan de kwantiteit, tussen de 14 soorten zat niets onverwachts en deze keer hadden we ook geen buitenlandse terugvangsten.

Toen we in het begin van de middag thuis kwamen stond de bank er weer erg aanlokkelijk bij en de stemmen van Maarten Ducrot en Herbert Dijkstra bleken ideaal om bij in slaap te vallen. Voor de zekerheid had ik maar een wekkertje gezet om voor de zwaarste buien, die de buienradar had voorspeld voor het einde van de middag, weer wakker te zijn zodat ik nog even snel een ‘meeuwenrondje’ kon doen. Die buien kwamen natuurlijk toch iets eerder dan gepland, maar in de auto zat ik prima droog en meeuwen hebben doorgaans niet zoveel last van vies weer (alsof ze enige keus hebben…). Rond Gouda zaten redelijk veel Kleine Mantelmeeuwen (zo’n 200 opgeteld op diverse plekken) maar helaas kon ik geen ringen of gekke soorten ontdekken. Tegen mijn originele plan in ben ik daarom toch maar wat verder langs de Hollandsche IJssel afgezakt richting Ouderkerk aan de IJssel. Niks geks te zien, tot ik op de terugweg een interessante meeuw zag staan net ten westen van Gouderak in een nieuw natuurgebiedje. Een grote meeuw met een ruipatroon dat kenmerkend is voor een derde kalenderjaar vogel (dus geboren in de zomer van 2009), een donkere iris en een vrij lange slanke snavel. Zou dat een…? Omdat ik deze vogels toch nog wat lastig te determineren vind in andere kleden dan volwassen, maakte ik een paar onscherpe determinatieplaatjes voordat de vogel weg vloog zodat ik eenmaal thuis onze eigen meeuwenexpert Johannes kon raadplegen. Hij kon gelukkig de determinatie bevestigen: de eerste Pontische Meeuw van het najaar (na de langste dag) is weer in de Krimpenerwaard aanwezig! Ongetwijfeld zullen er nog vele waarnemingen volgen in de loop van de zomer, hopelijk ook weer van enkele vogels met ringen. Al met al een behoorlijk geslaagd dagje in de regen. Naar buiten gaan met zulk wisselvallig weer is vaak het moeilijkst, maar als je eenmaal buiten bent valt het meestal mee!

Pontische Meeuw (Caspian Gull) langs de Hollandsche IJssel

Monday, July 11, 2011

CES-records en leuke meeuwen

Ondanks een zware week op het werk was het afgelopen zaterdag weer zover. Geen minuut later dan 04.00 uur ging de wekker, en dat terwijl we de avond daarvoor pas om half één thuis gekomen waren van een buurtavond. Eigen schuld? Ja, maar toch was het wel nuttig om ons (‘nieuwe’) gezicht daar even te laten zien. Of bedoel je dat vroege opstaan? Ja, ook eigen schuld, maar zelfs Jonne wilde weer graag mee CESsen dus hoeveel keus heb je dan nog?

Na het journaal van vrijdagavond werd voorspeld dat er ’s nachts een storing met regen over Nederland zou trekken, eerst over het westen van het land en daarna verder schuivend naar het oosten. In mijn optimistische naïviteit dacht ik nog dat dat zou betekenen dat het vast droog zou zijn als we om 05.00 uur op de CES-lokatie zouden aankomen. Dat bleek wel zo te zijn, maar ‘nacht’ is een rekbaar begrip en het ontbreken van regen betekende in dit geval dat de storing nog moest komen en zeker nog niet voorbij was. Het eerste uurtje konden we profiteren van de stilte voor de storm en het was zo broeierig dat we het om half 6 zelfs in ons T-shirt nog warm hadden. Toen het even later begon te waaien voorspelde dat niet veel goeds. Kort daarna begon de miezer, die uitgroeide tot enkele serieuze regenbuien. Dat zijn geen optimale omstandigheden voor het vangen van vogels, want een vogel die vast zit in een net, kan zijn verenkleed niet onderhouden in de regen en loopt daardoor vergrote kans om onderkoeld te raken. Om die reden gingen de netten een poosje dicht, zodat we geen onnodige slachtoffers zouden maken.

Alleen maar kommer en kwel dan? Nou, daar leek het in eerste instantie wel op. We bleken een verkeerde map meegenomen te hebben, waardoor we geen formulieren voor het invullen van de gegevens hadden. Daar hadden we gelukkig snel iets op verzonnen en met een wat verhoogde bloeddruk konden we vervolgens na de eerste ronde langs de netten veel vogels van een ringetje voorzien. Dat het toch niet alleen kommer en kwel was, bleek de rest van de ochtend, want het regende niet alleen waterdruppels, ook vogels. Ondanks dat we een poosje de netten gedwongen dicht moesten houden, vingen we een recordaantal vogels voor de CES 2011. De soort die eruit sprong, was de Putter. Deze vangen we bijna nooit in de boezem, maar toevallig hebben we bij één van de netten dit jaar veel bloeiende Kale Jonker staan, een soort distel met zaadjes waar Putters gek op zijn. Bijna elk rondje konden we daardoor wel een Putter uit het net plukken, wat uiteindelijk in totaal 7 exemplaren opleverde (4 jong, 3 oud). Daarmee waren alle jaarrecords in één regenachtige ochtend verpletterd. Natuurlijk waren wij daarover uitzinnig van vreugde. Wie het kleine niet eert…! Jonne was vooral blij met een jonge Grote Bonte Specht die we vingen, maar die ze (heel verstandig) niet hoefde vast te pakken. Fijne vogels zijn dat toch, alleen zou het prettig zijn als ze begrepen dat een hand niet van hout is. Mijn persoonlijke toppertje van de dag was weer een Belg, deze keer in de vorm van een Kleine Karekiet. Een flink gesleten ring, dus ik ben erg benieuwd wanneer deze wereldreiziger geringd is!

Zondagochtend ben ik in de rest van de Krimpenerwaard weer eens op zoek gegaan naar ringen om af te lezen. Veel meeuwen zijn weer klaar met broeden dus beginnen nu weer rond te zwerven en dat geldt in zekere mate ook voor veel andere vogels. Heerlijk, zo’n rondje door de polders met prachtig weer, dat had ik alweer veel te lang niet meer gedaan. In de polders rond Gouderak genoot ik vooral van de grote groepen Grauwe Ganzen (dat kan, als het gras dat ze eten niet van jou is), groepen Kieviten met behoorlijk veel jonge vogels daartussen, Bruine Kiekendieven en een overvliegende Grote Zilverreiger. Bij Schaapjeszijde besloot ik nog even naar de Hollandsche IJsseldijk te rijden om meeuwen te zoeken en besloot daarvoor een kijkje te nemen in het heringerichte gebiedje net ten oosten van Lageweg. Op dit vrijwel kale terreintje vond ik snel een aantal Kleine Plevieren en een mooi groepje Kneuen. Ook zat er een groepje meeuwen, bestaande uit verschillende soorten. De meeuw met een gitzwarte kop (Kokmeeuwen hebben eigenlijk een donkerbruine kop), dieprode snavel, onderbroken witte oogring en witte vleugels met enkel wat zwarte puntjes viel direct op: een mooie Zwartkopmeeuw. Die zien we in de Krimpenerwaard niet zo heel vaak aan de grond en dat is jammer want ze zijn vaak gekleurringd. Dit exemplaar was dat helaas niet, maar dat deed niets af aan het kijkplezier.

Al cruisend door de polder kwam ik langs het vrijwel droge helofytenfilter in polder Hoek, waar helaas geen Kleinste Strandloper aanwezig was (voor de mensen die niet dagelijks op www.dutchbirding.nl kijken: dat is een soort die afgelopen weekend bij Westkapelle voor het eerst in Nederland gezien werd). Wel vlogen er enkele Zwarte Sterns en klonk de luide zang van een Spotvogel. Op een weiland met wat koeien liep verderop een groepje van 17 Kemphanen die voor het merendeel nog in prachtig broedkleed waren. Daar heb ik op mijn gemakje eens van staan genieten. De bochtafsnijding langs de Lekdijk tussen Lekkerkerk en Bergambacht stond als volgende bestemming op het denkbeeldige lijstje en ondanks dat het hoog water was, zaten er enkele meeuwen op een kribbetje. De eerste van het rijtje bleek een volwassen Geelpootmeeuw te zijn. Deze soort heeft net zulke knalgele poten als alle meeuwen op dat dammetje, Kleine Mantelmeeuwen, maar heeft een lichtgrijze rug (mantel) in plaats van een zwarte. Een schaarse bezoeker in de Krimpenerwaard en dan ook nog eens in volwassen kleed, dan zijn ze het mooist! Ook deze vogel was ongeringd, wat jammer is omdat je zeker van zulke soorten graag wilt weten waar ze vandaan komen. Eerdere ringaflezingen van Geelpootmeeuwen in de Krimpenerwaard wezen op een zuidelijke herkomst, namelijk Zwitserland en Italië.

Zo werd zondag vooral een leuk meeuwendagje ondanks dat het geen ringaflezingen opleverde. Hopelijk brengt de zomer (Jonne is het er pertinent niet mee eens als ik nu al zeg ‘najaar’) nog veel van dat soort leuke dingen. De rest van de middag heb ik maar lui op de bank doorgebracht, met kromme tenen kijkend naar de rampzalig verlopen etappe van de Tour de France. Tijd dat ze wat zuidelijker komen, dan krijgen we vast weer mooie shots van Zwarte Wouwen en Vale Gieren!

Monday, July 4, 2011

Frietzanger en nieuwe tuinlijst

Voor het eerst in tijden ging de wekker zaterdagochtend weer eens om 04.00 uur. Nadat ik een aantal CES-ronden was ‘geëxcuseerd’ om dat er voldoende handen beschikbaar waren en ik volgens Cor ‘mijn tijd ook beter kon besteden’ was ik afgelopen zaterdag weer aan de beurt om mee te doen met een lekker ochtendje vogels ringen in de Stolwijkse boezem. Het was voor het eerst sinds Jonne en ik in ons nieuwe huis langs de Vlist waren ingetrokken dat de wekker zo vroeg ging en het kostte enige moeite om op te staan. Gelukkig hoefde ik niet zo heel zachtjes te doen, want Jonne had besloten weer eens een keertje mee te gaan. Leuk! Met een slaperig hoofd reden we even later naar Haastrecht, waar we overstapten bij Cor in de auto. Normaal zou Cor ons ophalen, maar we wonen nu aan de verkeerde kant van Haastrecht. Morrison pikten we ook nog even op en bij het gloren van de ochtend stapten wij in ganzenpas de boezem in om op ons pad zo min mogelijk vegetatie plat te trappen. De mistnetten waren snel opgezet hoewel de nummering bij één stel netten verkeerd om was, waardoor we die nog even moesten omwisselen.
Het broedseizoen van veel vogels loopt alweer ten einde en dat betekent dat er veel jonge vogels rondvliegen. Dat levert tijdens de CES altijd veel extra vangsten op en tijdens de eerste ronde langs de netten konden we meteen al flink gaan plukken. Inderdaad waren de meeste vogels jong, dit voorjaar uit het ei gekropen. Op het moment dat jonge zangvogels uit het nest vliegen, lijken ze vaak al heel veel op de oude vogels. Bij sommige soorten is het daarom best lastig om ze op leeftijd te brengen, maar bij andere is dat juist weer heel makkelijk. Op een CES locatie, waar regelmatig vogels gevangen en geringd worden, zijn rond deze tijd de meeste volwassen vogels al geringd en de jonge vogels nog niet. Zo vingen we een aantal jonge Rietzangers, die een mooie gelige tint hebben, allemaal ongeringd. Toen er een volwassen vogel in het net hing, zagen we meteen dat hij al geringd was. “Eentje van ons” is dan de logische gedachte, want de meeste geringde vogels die we vangen, hebben we eerder zelf geringd. Deze volwassen Rietzanger was echter een kleine verrassing, een buitenlander! Namelijk eentje die was geringd in België. Bovendien had hij aardig wat vet, dus hij werd prompt omgedoopt tot Frietzanger. Het niveau was weer hoog, maar dat zal wel liggen aan het vroege opstaan.

’s Middags hebben we rustig aan gedaan. De Tour de France was net begonnen, dus met (gemiddeld) half gesloten ogen hebben we, hangend op de bank, gezien hoe de desastreuze valpartijen meteen op dag 1 tot grote verschillen in het klassement leidden. ’s Avonds was het nog steeds lekker weer en we hebben buiten gegeten op het kleine parkeerplaatsje naast ons huis. Het is wennen aan de nieuwe omgeving, maar het is wel lekker rustig met planten, vlinders en vogels overal om ons heen. Waar buiten eten vooral goed voor is, is natuurlijk de nieuwe tuinlijst die we aan het maken zijn. Op een tuinlijst staan alle vogelsoorten die je vanuit de tuin gezien en/of gehoord hebt en als je net op een nieuwe plek woont, groeit die lijst natuurlijk snel. Jonne wilde er graag een soort wedstrijdje van maken, dus we houden allebei een apart lijstje bij. Vanavond is Jonne weer twee soorten op me ingelopen, maar met nog steeds een ruime voorsprong voel ik me op dit moment nog redelijk veilig! Aan de andere kant, ik zit nu helaas twee maanden doordeweeks in een kamer in Wageningen dus ze heeft nu de kans om het mij flink lastig te maken…

Thursday, May 5, 2011

Alles in één

Ringen aflezen, twitchen, trektellen, jaarlijsten, vandaag kwam het allemaal aan bod. Zo’n rijk gevulde (en rijkelijk beloonde!) dag verdient natuurlijk een plaatsje op mijn weblog.

Eigenlijk is het allemaal Rick z’n schuld, zoals wel vaker als toch iemand de schuld moet krijgen. Na een smsje op dinsdag waarin hij zijn plannen openbaarde om toch nog een keer te gaan trektellen dit voorjaar, bij voorkeur op een goede plek, waren de plannen snel gesmeed. Donderdagochtend zou het worden met Breskens als bestemming. De voorspelde zuidoostenwind (gunstig voor Breskens) hielp daarbij een handje en ook uit vogelwaarnemingen van anderen in deze periode was op te maken dat het een goede gok zou zijn om af te reizen naar Zeeuws Vlaanderen. Ik zou rijden met als doel dat we een auto hadden met meer dan twee zitplaatsen, zodat Morrison ook weer mee kon. Om kwart voor vijf vanochtend stapte ik in de auto en ruim twee uur later arriveerden wij op de hoge dijk van Breskens aan de zuidoever van de Westerschelde.

Trektelpost Breskens

Voor de niet-ingewijden onder ons: Breskens is een begrip in de vogelwereld. Haar eerste faam behaalde ze reeds decennia geleden en het is een spreekwoordelijke kinderkamer geweest voor talloze topvogelaars in Nederland. En dan heb ik het natuurlijk niet over het dorpje zelf, het is slechts haar ligging die er toe doet. Net ten westen van het dorp, vlakbij de vuurtoren op de dijk, ligt een telpost met een ideale ligging. Daar waar de kust van Noord-Frankrijk en België een vrij rechte lijn in noordoostelijke richting vormen, buigt deze af richting het oosten aan de zuidzijde van de Westerschelde. Trekvogels die in het voorjaar, wanneer ze terugvliegen naar hun broedgebieden, een noord-noordoostelijke richting aanhouden en liever niet over water vliegen, worden ‘gestuwd’ langs de Franse en Belgische kust of vliegen daar parallel aan. De maximale stuwing vindt echter plaats op het punt waar de kust afbuigt naar het oosten. Breskens ligt op dat punt. De vogels die vanuit het zuiden komen aanvliegen durven de oversteek naar Walcheren niet te maken en buigen met z’n allen af, met de kust mee. De aantallen trekvogels die je daarom in het voorjaar ziet op deze plek, worden bijna nergens in Nederland geëvenaard. Een kanttekening daarbij is dat de wind wel uit de zuid/zuidoost/oost/noordoost  hoek moet komen, anders worden de vogels van de kust af geblazen en vindt er veel minder stuwing plaats. Vandaag waren de omstandigheden goed, zoals dit voorjaar wel vaker overigens.

Uitzicht vanaf Breskens richting ZO

Toen we bij de telpost aankwamen stonden er al zo’n 20 auto’s langs de weg geparkeerd en de post stond behoorlijk vol. Gelukkig hadden we nog geen spectaculaire soorten gemist, want, dat was ik vergeten te vertellen, behalve grote aantallen vogels staat Breskens ook bekend om de goede kans dat er bijzondere soorten overtrekken. ‘Het vloog’ in het begin nog niet zo lekker, maar langzaam trok de trek aan en gingen de gingen de Graspiepers, Gele Kwikken, Gierzwaluwen en Boerenzwaluwen aardig ‘los’. Al snel doken ook de eerste bijzondere soorten op: enkele Wielewalen vlogen langs en twee Beflijsters waren aan het foerageren op een gazon voor de telpost. Terwijl wij ons vermaakten met de voor Krimpenerwaardse begrippen ongekend grote groepen Gele Kwikstaarten, Groenpootruiters en de vele Boompiepers, werden we opgeschikt door een opgewonden kreet. Die kwam van ver weg, want als er zoveel mensen zijn, dan sta je natuurlijk vrij ver uit elkaar. Verstaan deden wij het dus niet, maar het was duidelijk dat er iets leuks gezien werd. Dankzij een duidelijker gearticuleerde beschrijving van waar de mysterieuze vogels in kwestie vlogen, pikten wij ook een groepje van drie Morinelplevieren op die uiteindelijk recht over de telpost kwamen vliegen. Wat een prachtige vogels!

 
Trektellers op Breskens

Korte tijd later zagen we boven de dijk een donkere vogel aan komen vliegen met witte vensters in zijn beide vleugels. Een vogel van ongeveer het formaat van een Kauw en een aparte vlucht. Wat kon dat nou zijn? Met mij waren er velen kortstondig in verwarring, want zo vaak komt het niet voor dat je iets ziet wat je totaal niet kunt plaatsen. Het bleek een Crested Myna te zijn, die erg mooi langs kwam vliegen, maar vanwege zijn status als exoot uit Azië voor weinig mensen ook maar een cent waard was. Desalniettemin was iedereen meteen weer in de hoogste staat van paraatheid. Ik zal niet al te lang meer uitweiden over wat we precies zagen op de telpost. Zeer de moeite waard is wel nog te vertellen dat er een prachtig mooie Roodstuitzwaluw langs kwam vliegen die door velen mooi gezien kon worden, hoewel zo’n langsvliegende vogel natuurlijk in een flits weer verdwenen is. Een landelijke zeldzaamheid! Een allesbehalve complete opsomming van de leukste soorten die wij verder zagen is als volgt: Europese Kanarie, Velduil, Kraanvogel, Dwergstern, Smelleken en vele anderen. De definitieve resultaten zullen zeer binnenkort te vinden zijn op http://www.trektellen.nl/trektelling.asp?telpost=1. Na het middaguur kakte de trek behoorlijk in en besloten wij te vertrekken.

Als volgende bestemming stond op het volledig geïmproviseerde programma het natuurontwikkelingsgebiedje De Blikken waar al enige tijd Steltkluten werden gezien. Dit ligt vlakbij Breskens op Zeeuws Vlaanderen en vanuit de observatiehut zijn veel vogels mooi van dichtbij te bekijken. We vonden inderdaad direct de Steltkluten, wij telden er 7 in totaal. Het zwarte met witte verenkleed in combinatie met de idioot lange knalrode poten blijft erg bijzonder. Bovendien is de soort zelf, afkomstig uit Zuid-Europa, ook bijzonder in Nederland. Dit jaar zijn er echter opvallend veel opgedoken in heel Nederland. Onze aandacht ging natuurlijk ook uit naar allerlei andere soorten, zoals de broedende Geoorde Futen die hun prachtige zomerkleed dragen.

 
Meeuwenkolonie in de Sophiapolder

Morrison deed een beroep op mijn enthousiasme voor het aflezen van meeuwenringen toen hij voorstelde om nog even door de rijden naar de Sophiapolder. Hier huist een grote kolonie Kokmeeuwen waar sinds enkele jaren een (groeiend?) aantal paren Zwartkopmeeuw in broedt. Deze zijn vaak geringd en de afstand is net klein genoeg om kleurringen te kunnen aflezen. We vonden er twee, een witte en een groene, beide gedragen door een Zwartkopmeeuw. Morrison zoekt nog uit waar de vogels geringd zijn. Buiten het feit dat ze vaak ringen dragen, zijn Zwartkopmeeuwen ook gewoon prachtige vogels om te zien (persoonlijk vind ik ze veel mooier dan Kokmeeuwen) en dat gold zeker voor de 22 vogels die hier bij elkaar zaten in het zonnetje. Rick ontdekte aan de rand van de kolonie ook nog een mooie Dwergmeeuw die bijna in zomerkleed was, waarmee het trio van zwartkoppige Europese meeuwen compleet was.

Morrison in actie

Zwartkopmeeuwen (rechter met groene ring)

De dag was mooi, maar toch werd het tijd om een einde aan de vreugde te breien. We aanvaardden de thuisreis door de 6,5 km lange Westerscheldetunnel en over nog veel meer kilometers snelweg. Voordat we Zeeuws Vlaanderen echter achter ons gelaten hadden zag ik nog een verdachte roofvogel vliegen waarvoor ik de auto op verzoek van mijn medereizigers even aan de kant zette. Het bleek een Rode Wouw te zijn, een hele mooie soort om mee af te sluiten! Echt afsluiten deden we echter pas waar ik vandaag begon, in onze ouwe trouwe Krimpenerwaard. Dankzij een telefonische melding (waarvoor dank!) wist ik dat er twee Temminck’s Strandlopers zouden zitten bij het helofytenfilter in polder Hoek bij Bergambacht. Deze soort had ik nog nooit gezien in de Krimpenerwaard en dit was een uitgelezen kans om daar voor eens en altijd verandering in te brengen. Na even zoeken, waarbij we ook de twee Steltkluten tegenkwamen die hier al enkele weken vertoeven, vond Morrison uiteindelijk de beide kleine vogeltjes terug. Een Kievit die ernaast liep leek gigantisch. De Temminckies lieten zich op behoorlijke afstand toch erg leuk zien en de determinatie was tamelijk eenvoudig. Een mooie soort erbij in de waard! Dat was pas echt een mooie afsluiter van dit prachtige dagje uit.

Monday, May 2, 2011

Ross' Meeuw twitch

Terwijl Jonne en ik op zondagochtend in het zonnetje in de tuin zaten bij te komen van de Big Birding Day van de dag ervoor, kreeg ik een smsje van Morrison die de geest alweer te pakken had. “Zin in een Ross’ Meeuw? Ik rij” was de strekking ervan. Had ik niet toevallig net heel subtiel tegen Jonne gezegd: “Goh, er zit een Ross’ Meeuw bij Numansdorp, eigenlijk niet eens zo ver rijden. Da’s echt een mooi meeuwtje.” Op dat moment was Jonne nog in de waan mij door zich passief op te stellen ervan te kunnen weerhouden om haar mee te slepen om te gaan twitchen, maar na dat smsje van Morrison wist ze dat ze geen schijn van kans meer had. “Tsja” zei ik quasi-twijfelend tegen haar, “wat zullen we nou doen?”. Toen ze vervolgens antwoordde: “Nou, als jij gaat, ga ik wel mee”, zaten we een half uur later bij Morrison in de auto op weg naar Numansdorp.

De TomTom bracht ons een heel eind op weg tot we bij een splitsing kwamen waarbij beide wegen waren voorzien van een bordje ‘verboden toegang’. Als een Ross’ Meeuw de beloning is, is het soort dilemma’s waar je dan voor staat vrij simpel op te lossen. De eerste weg bleek het niet te zijn, dus dan moest het de tweede wel zijn. Toen we vervolgens in een soort vakantiepark terecht kwamen wisten we het even niet meer en ik wilde net een bevriende vogelaar bellen om te vragen of hij ons in de juiste richting kon sturen toen we verder op een groep mensen zagen staan met telescopen en dergelijke apparatuur. Kan niet missen! Vervolgens moest alleen nog even het hek om het vakantiepark omzeild worden, maar uiteindelijk kwamen we op de bestemming aan. De vele vertrekkende vogelaars maakten ons enigszins bezorgd of de vogel nog wel aanwezig zou zijn, maar toen we aan kwamen lopen werden we direct geattendeerd op de Ross’ Meeuw die netjes op een slikplaatje zat. Dat blijft toch makkelijk scoren op die manier. Jonne koos echter de moeilijke / onveilige / uitdagende manier en wilde de vogel zelf vinden. Leuk natuurlijk, maar van zulk gedrag word ik bijzonder zenuwachtig, want stel nou dat de vogel dan net wegvliegt… Natuurlijk gebeurt Jonne zoiets niet, en het duurde niet lang voordat Jonne de vogel had gevonden. Ik probeerde me er zo onopvallend mogelijk van te vergewissen dat ze inderdaad de juiste vogel in beeld had, maar de verontwaardigde blik op Jonne d’r gezicht verraadde dat ik daarin behoorlijk gefaald had.

Het natuurontwikkelingsgebied bij Numansgors langs het Hollands Diep, waar de vogel zich bevond, lag er mooi bij met kale slikplaatjes. Het wemelde van de vogels (waarvan de Grauwe Gans toch wat oververtegenwoordigd was) en naast de Ross’ Meeuw was er een Blonde Ruiter ontdekt. In tegenstelling tot de Ross’ Meeuw, die ik eerder al eens gezien had op het strand van Scheveningen, zou de Blonde Ruiter een nieuwe soort voor mij zijn. Helaas bleek dat iets teveel gevraagd, want dit vogeltje was al uren niet gezien. We moesten genoegen nemen met de meeuw, die toch een slag zeldzamer is dan de ruiter. Voor Morrison en Jonne was het wel een nieuwe soort. Het was daarom erg leuk dat de vogel na een paar minuten opvloog en een prachtige vliegshow afleverde, waarbij de opvallende wigvormige staart prachtig te zien was, evenals de helder witte lange vleugels en de sierlijke vlucht. Een kwartier na ons arriveren vloog de meeuw het Hollands Diep op om niet meer terug te komen.

We bleven nog een poosje wachten of de vogel zou terugkeren. De vele aanwezige vogels zorgen voor ruim genoeg afleiding. Zelf was ik extra alert op eventuele nieuwe jaarsoorten voor Jonne, die op haar werk met collega’s een wedstrijdje doet. De vage roep van een Zwartkopmeeuw op grote afstand kreeg daarom uitgebreid aandacht en jawel, aan de overkant van de plas vlogen twee mooie adulte Zwartkopmeeuwen. Een nieuwe jaarsoort voor Jonne en bovendien pas de tweede keer dat ze deze soort zag. Zij blij, ik blij. Groenpootruiters, Kemphanen, Bontbekplevieren, volop steltlopertjes completeerden het sfeervolle voorjaarsplaatje. Vlak voordat we weer op huis aan gingen vond Morrison nog een foeragerende Noordse Kwikstaart, de tweede lifer voor Jonne op een dag, die daarmee zeer succesvol mag heten. Morrison, ook namens Jonne bedankt voor de lift en een mooi middagje vogelen!

Wednesday, April 27, 2011

Big Birding Day

23-04-11: Vanaf een uur of 2 ’s nachts begon het woelen: is de auto volgetankt? Hebben we genoeg proviand in huis? Welke route moeten we volgen? Pas anderhalf uur later ging de wekker, op zichzelf al vroeg genoeg. Zodra Jonne ook klaar was voor de strijd, stapten we om 04.15 uur in de auto om Cor en Morrison uit Haastrecht op te pikken. Ruim voordat het startschot om 05.00 uur zou klinken, stonden we op de parkeerplaats van Café-Restaurant de Loet in het Loetbos bij Lekkerkerk. Daar konden we al een groot deel van de concurrentie begroeten en met het verstrijken van de laatste minuten steeg de spanning. Om klokslag 05.00 uur was het weer zover: de jaarlijkse Big Birding Day van de Krimpenerwaard was een feit. Tijdens deze vogelwedstrijd, georganiseerd door Natuur- en Vogelwerkgroep de Krimpenerwaard, proberen teams van 3 tot 5 mensen gedurende 12 uur zoveel mogelijk vogelsoorten te ‘scoren’ binnen de grenzen van de Krimpenerwaard. De puntentelling is simpel: elke soort is 1 punt waard en exoten/escapes gaan op een aparte lijst. Het team dat aan het einde van de dag, om 17.00 uur, de meeste soorten heeft gezien, is de winnaar. Dit dagje fanatieke competitie weet elk jaar weer aardig wat mensen op de been te brengen en dit jaar deden er 4 teams van 4 personen mee.

In tegenstelling tot eerdere jaren stoven de auto’s dit jaar niet direct na het startschot de parkeerplaats af. Twee teams verlieten de parkeerplaats zelfs te voet en ook de anderen hielden zich relatief kalm. Ons team uit de noordoost hoek van de Krimpenerwaard dook eerst een ander deel van het Loetbos in waar volgens waarneming.nl een Nachtegaal moest zitten. Naast de vele kraaiende hanen zat ook de Nachtegaal hard te zingen. In het donker waren er nog niet veel andere vogels te horen, maar dat veranderde snel toen we aankwamen op de Graafkade bij Berkenwoude waar al Kieviten aan het rondvliegen waren, Rietzangers uitbundig zaten te zingen en waar tot onze verbazing uit eendenkooi Nooitgedacht weer de luide strofen van de Nachtegalenzang klonken. De Bosuil die voor ons uit een boom vloog bleek de enige uilensoort van de dag te worden.

Terwijl de wereld langzaam ontwaakte vervolgden wij onze weg naar de Elserkade waar een mooie ruige rietstrook de polder doorklieft. Hier hoorden we een tweede Bosuil, die reageerde op mijn geïmproviseerde lokroep. Aan zangvogels hoorden we hier onze eerste Kleine Karekiet en Blauwborst van de dag, evenals veel van het ‘normale spul’, zoals Tjiftjaf, Fitis en Winterkoning. Met een vroege Bruine Kiekendief waren we ook best in onze nopjes, onder het motto “Je kunt hem maar beter vast hebben”. Het begon al aardig licht te worden en langzaamaan bekroop mij een ongemakkelijk gevoel omdat we nog geen Roodborst hadden, een soort die in het verleden wel eens lastig is gebleken. We besloten daarom terug te gaan naar het Loetbos om die soort alvast even binnen te slepen. Ondanks dat we nieuwe soorten hoorden zoals Tuinfluiter en Boomkruiper, hield de Roodborst zijn snavel.

Omdat het zonde was om hier veel tijd door te brengen, zijn we maar snel doorgereden naar het Krimpenerhout, waar we na 20 stappen een Grasmus hoorden. Dat was de doelsoort, dus terug de auto in en op naar de surfplas Krimpen. Daar besloten we even een stukje te lopen, wat langs de plas een Oeverloper opleverde, op de plas enkele Kuifeenden en boven de plas wat Visdieven. In de polder achter de golfbaan haalden we onder andere Purperreiger en Smient binnen. Ook de Graspiepers begonnen op dat moment te vliegen. Een mogelijke Rouwkwikstaart konden we niet afmaken, maar daar maakten we ons niet zoveel druk om: “Die komt in wel bij het helofytenfilter in polder Hoek”. Terwijl we terug liepen naar de auto vlogen er twee Witgatjes over.

Op weg naar Krimpen aan de Lek nam Jonne, die de administratie op zich genomen had, de streeplijst nog eens door en kwam tot de conclusie dat we nog geen Turkse Tortel hadden. Daar kwam binnen een minuut verandering in. Als alles toch zo makkelijk was… We doken de stormpolder in waar twee van de vier een Braamsluiper hoorden maar daarmee geen meerderheid haalden. Gelukkig hadden we met de Zwarte Roodstaart meer geluk, die liet zich zelfs even bekijken. Een paar Kneutjes vlogen ook meteen langs. In het Stormpoldervloedbos kwam eindelijk de verlossing: een luid zingende Roodborst! Hier ook weer 2 zingende Nachtegalen (het moet niet gekker worden), een Gaai en drie overvliegende Brandganzen. De gehoopte IJsvogel en Matkop wilden niet meewerken en kregen we de hele dag niet te zien.

Langs de Lekdijk vervolgden wij onze weg naar de Zaag, waar we zoals afgesproken niet op zouden lopen omdat het teveel tijd zou kosten en te weinig zou opleveren. Bij de parkeerplaats riep wel een Groene Specht en een Braamsluiper. Een paar Stormmeeuwen vlogen over. Een stukje verderop op de Lekdijk langs de Bakkerskil bleven we even luisteren of we een Gekraagde Roodstaart konden horen zingen vanaf de Zaag. Die bleef helaas stil, maar wel hoorden we een Koekoek en vlogen er twee Roeken over. Het plan om even bij de Lekdreef te gaan trektellen werd snel weer afgeblazen, want de ligging van de plek bleek toch minder strategisch dan gehoopt. Dan maar snel naar de echte telpost, de Hoekse Sluis. Dat bleek een goede zet. Meteen hadden we Oeverzwaluw en Huiszwaluw rond de telpost vliegend een Tapuit op een hekje in polder Hoek. Een invallende Lepelaar in de polder werd niet door een meerderheid gezien, maar gelukkig vloog er even later nog één mooi langs. Twee valken die langs vlogen bleken respectievelijk een Boomvalk en een Smelleken, en een concurrerend team dat ons even later kwam vergezellen was zo vriendelijk ons op een overtrekkende Blauwe Kiekendief te wijzen. Als dank kregen zij daarop een langs vliegende Kramsvogel aangewezen door Morrison die bijzonder scherp was.

Echter omdat wij de concurrentie niet aan al teveel soorten wilden helpen, besloten wij onze weg te vervolgen richting Bergambacht waar we in de uiterwaarden geen Cetti’s Zanger vonden maar wel de enige Staartmees van de dag. In de uitlaat van de DZH-bakken daar vlakbij zwom een Casarca en op de kant liep een Kolgans met een lamme vleugel. Bij Zanen en Verstoep aan de andere kant van Bergambacht had Morrison een week geleden een IJsvogel met voer zien vliegen, dus het leek de moeite waard om even te posten. Afgezien van druk kibbelende Kleine Plevieren en een overvliegende Grote Mantelmeeuw zagen we echter niet veel. Toen we weer de dijk opgelopen waren werd de Ooievaar die op de kerk van Bergambacht broedt op afstand even ingetikt en ik merkte op dat er ook een roofvogel boven de kerk vloog die er erg spannend uit zag. De vogel kwam recht op ons af vliegen en al gauw werd duidelijk dat het een prachtige Zwarte Wouw was. Regelmatig ging hij even cirkelen waarbij mooi het kantelen van de staart te zien was en uiteindelijk kwam hij vrijwel recht over ons heen gevlogen. Een ‘harde’ soort en voor Jonne zowaar een lifer!

Zonder al te veel tijd te verspillen reden we terug richting het westen naar het helofytenfilter in polder Hoek. Wintertaling en Kemphaan waren snel ‘in the pocket’ en even later vonden we ook het mannetje Rouwkwikstaart dat al vele weken aanwezig is. Een Grote Zilverreiger vloog even op uit één van de bakken van het filter, een soort die steeds makkelijker wordt in het late voorjaar. Net op het moment dat ik de auto moest verplaatsen voor een tractor zagen Morrison en Cor een Watersnip invallen in de dicht begroeide kant van een filterbak. Dat was even een stevige domper, want hoe vind je die terug zonder het gebied in te lopen? Na een kwartier was het nog steeds niet gelukt om hem met de telescoop terug te vinden en we besloten eerst de rest van het filter te bekijken. Dit leverde weinig op dus waren we snel terug bij de bewust bak en ging het speuren verder. Dat leverde een Bosruiter op die goed verscholen zat in de vegetatie, een mooie bonussoort. Na 10 minuten riep Cor opgetogen dat hij ‘hem’ had. Midden in het beeld van de telescoop, zei hij, maar ik zag helemaal niks. Wat een schutkleur hebben die beesten toch en als ze dan stil zitten in de vegetatie zijn ze bijna onzichtbaar! Toen ik voor de vierde keer keek nadat Cor steeds bleef volhouden dat hij nog in beeld zat, bewoog de Watersnip ineens zijn kop en kon ik hem eindelijk ook zien. Gelukkig maar, want het is een lastige soort buiten het winterseizoen in de Krimpenerwaard.

Via de Buitenlanden (Sprinkhaanzanger) reden we naar Schoonhoven, waar we op de begraafplaats binnen een minuut de Boomklever te pakken hadden. Langs de Vlist zagen we weinig en zelfs de beloofde Ringmus in de tuin van de voorzitter van de NVWK was niet thuis. Een Gestreepte Strandloper in een plasje bij het Doove Gat werd toch een ‘rare Tureluur’ en het Haastrechtse Bos sloegen we maar over. In dezelfde hoogspanningsmast als de voorgaande dagen zat wel keurig netjes een laat mannetje Slechtvalk in polder Beneden Haastrecht en toen we ons via de tiendwegen achter Gouderak weer richting het westen verplaatsten kwamen we eindelijk een Ringmus tegen. In polder De Nesse vonden we een man Paapje bij de schuur van het Zuid-Hollands Landschap, maar de Zomertaling die daar al tijden gemeld werd bleef onvindbaar. Toen brak eindelijk het moment aan dat niets meer lukte, zelfs niet toen we nog even het helofytenfilter bezochten voor een herkansing voor de Zomertaling. Om 05.00 uur zat iedereen uitgeblust op het terras van Café-Restaurant de Loet en werden de scores bekend gemaakt. Wij waren geëindigd op 107 soorten, één soort onder het record, en daarmee eindigden we in goed overleg voor het eerst in de geschiedenis van de Krimpenerwaardse Big Birding Day op een gedeelde eerste plaats.

Het was weer een prachtige dag in de Krimpenerwaard met volop zon, mooie vogels en goed gezelschap. ’s Avonds werd een poging gedaan om de overwinningsvreugde erin te houden, maar de vermoeidheid won en het duurde niet lang voordat bij Jonne en mij het kaarsje uit ging. K.O.

Tuesday, February 1, 2011

Op naar Gambia, een nieuw avontuur!

Het is nu 21.00 uur op de dag voor vertrek. Het wordt een kort nachtje, want om 02.30 uur gaat alweer de wekker. Om 05.00 uur word ik verwacht op Schiphol, waar ik eindelijk mijn reispapieren zal krijgen. Om 07.15 uur stijgt het vliegtuig op en om 15.05 uur lokale tijd arriveer ik in Banjul, de hoofdstad van Gambia.

Voordat ik in maart begin met mijn nieuwe baan, op een promotieplek aan de Universiteit Utrecht, wilde ik er graag nog even goed ‘uit’. Financieel was het mogelijk en ik had vakantiedagen opgespaard, dus niets wat mij ervan weerhield om er weer lekker tussenuit te knijpen. Net terug uit Australië en daarna ook nog naar Madeira geweest? Ja, dat is waar, maar zoals ik het zie: kansen moet je pakken. Als je graag wilt reizen dan moet je daar niet mee wachten ‘tot een beter moment’, want dan hou je vooral jezelf voor de gek. Immers, op dat ‘betere moment’ kan je altijd nóg een keer weg als je dat nodig vindt!

Zo plande ik een reis naar India voor in februari. De reisorganisatie kon me niet garanderen dat de reis door zou gaan en ik sprak af dat ik nog maar even niet zou betalen tot er wel zekerheid zou zijn. Dat bleek een goede keus. Begin januari kreeg ik een mailtje met de teleurstellende mededeling dat de reis niet kon doorgaan wegens gebrek aan belangstelling. Met andere woorden: de reisorganisatie zou niet genoeg winst maken. Niet heel lang getreurd; ik moest immers snel op zoek naar een alternatief. De jonge maar nu al goed bekende reisorganisatie BirdingBreaks (http://www.birdingbreaks.nl/) had een vogelfotoreis naar Gambia op het programma staan. Stiekem had ik deze optie natuurlijk allang in mijn achterhoofd en gelukkig was er nog een plekje vrij en kon op relatief korte termijn geregeld worden dat ik mee zou gaan.

Gisterenavond werd ik gebeld door Arie Ouwerkerk. Arie ken ik al een poosje en is één van de beste en bekendste vogel/natuurfotografen in Nederland. Hij begeleidt de groepsreis naar Gambia en deed een belrondje om te controleren of iedereen klaar was voor de reis. Kort kwam het neer op drie vragen: heb je malariapillen? Ja. Heb je O.R.S.? Ja. Heb je 20 euro contant voor de ‘vertrekbelasting’ die ze heffen in Gambia? Ja. Oké, dan zien we elkaar op het vliegveld.

Gambia ligt in Afrika. Het wordt aan de noord-, oost- en zuidkant ingesloten door Senegal en ligt aan de kust, in het westen dus. Het land is ongeveer 300 kilometer lang en tussen de 20 en 50 kilometer breed. Kan je je daar iets bij voorstellen? Een langgerekte reep dus, die met de rivier de Gambia mee kronkelt. De ligging ten zuiden van de Sahara verraadt dat het een relatief arm land is, maar sinds het land stabiel is, is het ecotoerisme behoorlijk op gang gekomen. Vooral bij vogelaars is het in trek, wat de regering heeft doen besluiten een totaal verbod op vogeljacht in te stellen. Daarmee werd het nog aantrekkelijker voor vogelaars, want nu vliegen de vogels niet eens meer voor je weg. Althans, dat heb ik me laten vertellen.

Het wordt mijn eerste kennismaking met Afrika, dus ook met de Afrikaanse avifauna. Het mag dan voornamelijk een fotoreis zijn (ja, natuurlijk gaat de camera mee), maar ik moet bekennen dat ik ook mijn best zal doen voor mijn ‘lijstje’. Sinds ik na Australië en Madeira de 1000 soorten op mijn ‘levenslijst’ gepasseerd ben, ga ik nu voor de 1200. Al was het maar omdat ik daarmee vriend en eeuwige rivaal Rick inhaal, zij het waarschijnlijk voor zeer korte duur. Verder wordt alles voor me geregeld, dus qua voorbereiding kost deze reis eens een keer niet zoveel moeite.

In Gambia zal ik geen beschikking hebben over een computer, laat staan internet. Daarom zal ik geen reisverhalen plaatsen vanuit Gambia, maar dat wil niet zeggen dat ik ze niet schrijf. Zodra ik terug ben, vanaf 17 februari, zal ik uitvoerig mijn belevenissen beschrijven. Hopelijk geïllustreerd met mooie foto’s. Dit mag voor de lezers dus  beschouwd worden als een lekker-makertje. Nog twee weken geduld en dan heb ik weer veel nieuws te vertellen!